Rondmaken en loslaten…*

‘Loslaten is zien dat je niets vast hebt’, een behulpzame zin die als vanzelfsprekend een tijd terug uit mijn pen rolde. Zodra ik me dat realiseer, als ik me dat herinner, ben ik vrij van het hechten. Dan is loslaten geen punt meer: er valt niets vast te houden. Vasthouden is hopeloos, want alles wat we kennen, meemaken, alles wat leeft kent een begin en een einde. Het is bruut gezegd misschien… maar je realiseren dat onze dood de enige zekerheid is die we hebben, maakt vrij.

Herfst, Winter, in de mist waterdamp steken 5 reeën het veld over voor ons hoog over. De bomen hebben losgelaten, hun bladeren liggen op de aarde, worden er één mee, en dekken de zaden af. Geen boom die twijfelt over het loslaten van de bladeren, of over rusten, of ‘naar binnengaan’.In de natuur zijn het vanzelfsprekendheden die geen woorden nodig hebben.
Voor mensen, voor mij is het niet altijd vanzelfsprekend de seizoenen te herkennen, toe te geven dat alles een begin en eind heeft…
ook al weerspiegelt de natuur ons dat nog zo duidelijk. Ook al zijn wijzelf, mensen, ook gewoon deel van de natuur. Wat we ondernemen, onze projecten, onze woon- en leefsituatie: het kent allemaal seizoenen, een begin, een bloei en een eind.

Er is zijn drie basale factoren die onze vrijheid, onze mogelijkheid om los te laten, verhinderen:
In het boeddhisme worden die ook wel ‘drie vergiften’ genoemd.
-Ons verlangen naar stabiliteit maakt dat we hechten aan het voortduren van wat we als fijn ervaren. (voorkeur/ hechten)
-We keren ons af van wat we als onplezierig ervaren(afkeer), stoppen het weg. Het is onvermijdelijk dat we dingen afronden. Zodra je besluit iets weg te drukken, zal je zien dat het als niet welkome gast blijft aankloppen: wat je niet rond maakt blijft steken.
-En om ons te sussen is er afleiding, dufheid, afwezigheid je overgeven aan onbenulligheden.

‘Niet hechten’, loslaten, is per saldo eenvoudig als je je patroon van hechten doorziet en de hoploosheid ervan met een glimlach onder ogen kunt komen.
Daarnaast zijn er genoeg hindernissen die je tegenkomt bij het loslaten.
Kort samengevat kun je merken dat onze gedachten vaak bezig zijn met ‘spijt van gisteren en zorgen voor morgen’. Je zou willen dat je verleden anders was gelopen, dat je een andere geschiedenis had.  Begin met de hoop op een betere geschiedenis op te geven. Een volgende hindernis kan zijn dat je je realiseert dat je iets niet hebt afgerond. Een ruzie waarvoor je bent weggelopen zonder het af te maken, een groot verdriet dat je uit de weg gaat en dat toch iedere keer weer de kop op steekt… Wat niet wordt afgerond, wat je probeert weg te duwen, blijft aandacht vragen. Afronden helpt, is zelfs onvermijdelijk, het maakt ruimte voor het nieuwe.
Want ‘wat je niet rond maakt blijft steken’, de 2e behulpzame zin die uit mijn pen kwam schrijvend over dit onderwerp.

Oefening in afronden.

1.Kies een comfortabele zithouding die je helpt te ontspannen.
Zet een klokje/ wekker/ telefoon op 15 minuten.
Je zit met geloken of gesloten ogen.
Concentreer je op je ademhaling.
Bij ieder afleiding, een gedachte, geluid, irritatie stel je de afleiding vriendelijk vast.
Vervolgens breng je je aandacht weer naar je ademhaling.

2.Als het wekkertje gaat zet je de oefening voort zonder concentratie.
Je bent keuzeloos aanwezig voor wat zich maar aandient.
Als je daarin ontspannen bent stel je jezelf de vraag:
“wat heb ik niet afgerond?” of
“Is er een ongemakkelijke herinnering die regelmatig terugkomt in mijn gedachten?”
Het is niet de bedoeling diep te graven, geef aandacht aan het eerste dat in je opkomt.
Je rond af met de conclusie “dit heb ik niet afgerond’ of: “dit is mijn ongemakkelijke herinnering”.

3.Neem dan een schoon vel briefpapier en schrijf de vraag/ kwestie zo precies mogelijk uit.
Je beschrijft de plaats, kleuren, geuren, de betrokken persoon of personen.
Je vraagt je ook af of je wel of geen invloed hebt op het verloop van de gebeurtenis die je hebt beschreven. We zouden wel willen- maar hebben lang niet altijd ‘macht’ over een situatie.
Dan vraag je je af wat je nog zou kunnen zeggen in deze situatie, hoe je -met de kennis van nu- zou reageren. Ook dit schrijf je uit. Vervolgens schrijf je uit wat de reactie van de ander zou zijn op wat je nu hebt geschreven.
Tenslotte bedank je jezelf voor de aandacht die je nu aan de kwestie hebt gegeven en je bedankt ook de ander voor zijn of haar rol in deze.
Je sluit af met het schrijven van een zin met de volgende strekking:
“Ik heb met liefde opnieuw gekeken naar deze situatie. Ik aanvaard mijn rol en de betekenis van mijn inbreng. Ik aanvaard de rol en de betekenis van de inbreng van de anderen in deze. Pijn veroorzaken was de intentie van geen van ons, voor zover die is veroorzaakt onderken ik ons beider onvermogen dit te voorkomen. Vriendelijk vergeef ik mijzelf en de ander.
Hiermee sluit ik de situatie af, met de intentie in verbinding verder te gaan in mijn leven.”

Het kan zijn dat je na dit afsluitende schrijven opnieuw het geschreven denkbeeldige dialoog wilt oppakken en verder schrijven. Aarzel niet maar schrijf verder en rond opnieuw af met de hierboven cursief geschreven zin.
Vervolgens herlees je het geheel en besluit of de kwestie ook nog een actie vraagt, een gesprek met betrokkenen ter afronding. Of wellicht is er een andere actie nodig/ mogelijk/ zinvol/ die bijdraagt aan het afmaken van de niet-afgeronde zaak. Vaak overigens is het afronden in- en met- jezelf voldoende.

4.Tenslotte doe je dit schrijven in een enveloppe en zet die in het zicht neer, dat je hem dagelijks ziet. Je zorgt ervoor dat je iedere dag een moment stilstaat bij dit schrijven en steekt een kaars aan bij de enveloppe. Aan het eind van de week kun je de brief opbergen of verbranden.

Dat het je ruimte mag brengen, Jan Weeda.
janweeda@hetnet.nl