Je zelf toelaten, over ontvankelijkheid

Geplaatst op 9 mei, 2012 
Opgeslagen onder onderwerpen

Jezelf toelaten

Het begin van ontvankelijk zijn

De dauwdruppel glanst,
volkomen onbekommerd
waar zij zal vallen.
(Haiku, Soin 1604-1682)

Op een stormachtige donderdag morgen, buien windvlagen… Lieve was voor het eerst naar Tai Chi in Tilburg en ik was opgestaan met een onrust. Er waren gevoelens in mij die ik niet wilde hebben. Gevoelens waarmee ik niet “in de krant” wil, zal ik maar zeggen. Gevoelens ook die, als ik ze werkelijk toelaat, me in staat stellen de krant, de berichten over alles wat mensen doen en elkaar aandoen, beter begrijp. Alles blijkt dan ineens veel herkenbaarder te zijn en oordeel wordt als vanzelf zachter. Hier ligt het begin van mededogen…
Maar mag de dauwdruppel glanzen, ook als ie zwart is? Kan ik erkennen zwarte gevoelens te hebben? Nee dus, ‘t zijn gevoelens die ik niet wil hebben. Je kent dat misschien wel: je signaleert een bepaald gevoel en je krijgt gedachten over dat wat je voelt. Als maar worden je gedachten één kant opgetrokken en ben je daar dan, dan merk je dat je daar niet wil zijn. Ik nam mijn ziel onder de arm, trok mijn laarzen aan en mijn parka en ging wandelen. De gedachten kwamen terug en richtten mijn blik naar beneden. Enig moment veranderde er wat: het buiten zijn gaf ook afstand om te kijken naar wat er gebeurde. Ik merkte dat wind en regen bezig waren me schoon te spoelen. Uiteindelijk realiseerde ik me dat ik een mening had over die gevoelens: ze waren niet goed en ik moest ze niet hebben. De zwarte dauwdruppel mocht niet glanzen. Ik had een streep getrokken: wat aan de ene kant van de streep ligt is goed, wat aan de andere kant ligt is fout. Mijn denken veroordeelde de gevoelens. Toen ik dat kon zien was het gedaan. Het concept “niet goed” diende hier niet: de gevoelens waren er, niet meer en niet minder. Ze komen en gaan, zijn donker en licht.
Concepten geven richting, verlangen is energie, er aan vasthouden néémt energie en beperkt je.
“Jullie die naar de dhamma luisteren, als jullie werkelijk mensen van de weg zijn, die van niets afhankelijk zijn en zich op niets verlaten, ja dan zijn jullie de moeder van de boeddha’s. De boeddha’s worden geboren vanuit een werkelijkheid die nergens op steunt. Als jullie kunnen ontwaken tot dit ‘nergens steunen’, dan heb je geen boeddha meer nodig om je aan vast te houden.” Linji Yixian/ Linji Lu (9e eeuw).
Durf je grenzeloos te zijn en te vertrouwen dat je steeds opnieuw kunt voelen waar de grens voor jou ligt? Open vizier? Durf je grenzen te zetten steeds opnieuw zonder je op te hangen aan principes? Kun je doelen stellen, je verlangen volgen en ook meebewegen? Durf je je donkere gevoelens toe te laten? Mij vraagt het alle dagen aandacht.

De dauwdruppel glanst,
volkomen onbekommerd
waar zij zal vallen.

Jan Weeda, www.nieuwtij.nl

Een eekhoorn trekt op een dag een streep in het zand langs de oever va de rivier. Hij blijft staan aan 1 kant van de streep. Tot hier, en niet verder” zegt hij tegen zich zelf. Hij had zich al lang voorgenomen zo’n streep te trekken en daar dan niet voorbij te gaan.: “dan weet ik tenminste waar ik aan toe ben”. Hij was moe en ging zittenen keek naar de andere kant van de streep. Het was alsof het daar anders was. Maar hij ko niet goed uitmaken wat er anders was. Op een gegeven moment hoort hij de Krekel roepen. “Ach”, zegt hij, “je zit aan de verkeerde kant van de streep. Ik kan niet bij je komen”. Hij hoort de krekel zeggen: “dan eet ik hem maar alleen op” De eekhoorn wordt zo nieuwsgierig dat hij om zich heen kijkt of niemand hem ziet, en dan, snel, wist hij de streep uit. ‘misschien is het wel helemaal niet goed om te weten waar je aan toe bent” denkt hij. Maar als hij bij de krekel komt is het al te laat. Het beukennootje is op. De eekhoorn liet zijn schouders zakken en slofte in de schemering terug naar huis. Hij nam zich voor nooit meer een streep te trekken of te willen weten waar hij aan toe was. (Toon Tellegen).

“We zoeken, vinden en vergeten weer, zo gaan we onze levensweg. Gaandeweg ontdekken we ons pad geen bestemming heeft maar bestemming is.” Hans Korteweg.

3 maanden dat we in brabant verbleven leidden voor mij tot een mate van aarding die ik lange tijd verlangde: me te verbinden met wat er nu is, volledige aanvaarding van gevoel stemming enz. IK liep al geruime tijd met een verlangen naar de leegte –zonder precies te weten dat het was. Wel wist ik dat er regelmatig zo’n drive in mij kwam: dat ik iets moest, dat er toch zin moest zijn, dat ik nuttig moest zijn enzovoorts. En ik hield me veelal in: nee, nog niet , t voelt niet van binnenuit, t voelt als: noord om gezien te worden, bevestiging. Daar was ik meer aan gehecht geraakt dan ik dacht. In mijn professioneel leven als architect/directeur gaf daar ook alle mogelijkheden toe. Met een beetje geluk wordt dat wat je doet nog al zichtbaar in dat werkveld. En dat had ik nu verlaten… En nu leek het alsof die ‘leegte’ er zomaar was. Er was hard aangewerkt, gestuurd, gefocust, wanhoop… Gezocht… en uiteindeljk werd het zomaar gevonden. En dat betekende helemaal niet dat ik niets meer deed. Ik deed wat op de weg kwam. Ik adviseerde nog hier in het architecten werkveld, ik zorgde voor de continuitet in de vorm van een stichting waarin het bureau werd ondergebracht, ik deed de boodschappen, wandelde veel… Gewoon dat wat op de weg kwam. En ik voelde me buitengewoon verzachten naar de mensen om mij heen: in het bijzonder naar Lieve. Het was als vrij raken van concepten. Niet zonder vallen en opstaan: ik liep door de regen met gevoelens die ik niet wilde hebben: tot ik me schoongespoeld voelde en me realiseerde OKAY: dit is gewoon wat ik voel punt. En later: de momenten van DRIVE kwamen terug, maar de ervaring was er.

Reacties

Reacties graag per email